
Als je Mark hoort typen, zou je denken dat er iets misgaat. In werkelijkheid is hij gewoon gelukkig. Als ik naar zijn scherm kijk, zie ik chaos. Een soort digitale soep van letters, cijfers en puntkomma’s. Hij ziet structuur. Logica. Schoonheid zelfs.
Mark programmeert in TypeScript. Klinkt indrukwekkend, maar eerlijk: ik heb geen flauw idee wat het betekent. Wat ik wél weet, is dat hij er dingen mee maakt die wél begrijpelijk zijn. Zoals MGTickets. Van begin tot eind zelf geschreven, geprogrammeerd en tot leven gebracht. Dat vind ik misschien nog het mafste: dat iets wat er voor mij uitziet als een migraine-aanval in code, verandert in een systeem dat gewoon werkt.
Ik zie hem vaak zitten. Kop koffie koud, rug krom, blik strak op het scherm. Zijn vingers vliegen over het toetsenbord alsof hij in gevecht is met een onzichtbare tegenstander. En als er dan iets niet werkt, één komma verkeerd, één haakje te weinig, dan praat hij tegen dat scherm. Niet boos, maar met een soort respect. Alsof hij en de computer het samen moeten oplossen.
En eerlijk: hij praat vaker met de computer dan met mij. Maar goed, die luistert waarschijnlijk beter.
Soms gaat dat zó driftig dat ik vraag: “Gaat het wel goed?” Dan kijkt hij op, verbaasd. Ja hoor. Alles goed. Hij is niet aan het crashen, hij is in zijn flow.
Wat hij maakt, is nooit echt klaar. Zodra een versie goed draait, begint hij alweer aan de volgende. Het moet altijd beter, simpeler, overzichtelijker.Hij luistert naar klanten, pikt op wat mensen lastig vinden en past het aan. Altijd in beweging.
Ik snap er nog steeds niks van, van die regels code. Maar ik snap wél wat het oplevert. Een systeem dat soepel draait, mensen helpt en blijft groeien.
En dat allemaal uit dat ene scherm vol gekleurde chaos.